Bert de erwt
had zin in een ommetje
Bert de erwt
Er was eens een erwt
We noemen hem Bert
en die had zin in een ommetje.
Hij wilde niet zoals zijn compagnon
eindigen in een pan hete bouillon
en daarna in zo’n suf soepkommetje.
Dus toen hij op zomaar een zondag
de pan kokend water onder zich zag
wist hij wat hem te doen stond.
Hij nam een grote sprong
en voordat het goed tot hem doordrong
lag hij in een hoekje op de grond.
Welke kant zal ik eens op gaan?
Weet iemand hier het snoep te staan?
Maar voor antwoorden was geen tijd.
Want tot zijn grote schrik
zag hij achter zich een blik
en met de stoffer werd Bert daarop geleid.
Dit avontuur duurt wel heel kort.
Ik hoop niet dat het de prullenbak wordt...
Maar ja, hij moest er toch aan geloven.
Bert hield zijn kleine hart vast
ook nadat de hand van die grote gast
hem tussen het afval had geschoven.
Het werd donker, Bert zag niets meer.
Dit was voor hem de eerste keer.
Hij was nog nooit zo bang geweest.
Tot hij dacht: hoor ik echt wat ik hoor
al die lieve woordjes in mijn oor
die zeiden: "hou je stil, straks is het feest!"
Tussen het afval papte Bert het aan
met Lizzy de linze en Daan de banaan.
(van die laatste was er alleen de schil)
Samen spaceten ze continu
op de geur van bedorven residu,
een ervaring die Bert nooit kwijt wil.
Zo werd een ommetje een nieuw levenspad
voor de erwt die zin in avonturen had.
Wat kunnen wij hiervan leren?
Nou, dat als je gaat voor je dromen,
dat ze dan dus uit kunnen komen.
En dat je van afval snuiven gaat hallucineren.


